|
A: Ace: Hoogste kaart in het poker spel. All-in: Als je alle chips in 1 keer inzet tijdens een spel. Ante: Een klein deel van de bet wordt ingezet om de pot te spekken. Bij Hold'em poker worden er blinds gebruikt. Auto-muck: De computer laat je hand niet zien bij de showdown. Auto-post: De computer betaalt automatisch je blinds. B: Bad Beat: Als je de pot verliest met four of a kind of hoger. Kortom als je een sterke hand hebt maar hem verliest. Bet: de inzet van de pot door verschillende spelers tijdens een inzetronde. Big Blind: De big blind wordt geplaatst door de speler links van de small blind. De big blind is evenhoog als de limiet van het poker spel. Dus heb je een spel van $2/$4 dan is de big blind $4. Button: Vaak aangegeven met een D van dealer. Dit geeft aan welke speler de dealer is tijdens een ronde. De twee spelers links naast de dealer zijn de small en de big blind. Buy-in: Het geld dat je moet inleggen om aan een toernooi mee te doen. Bij de grote toernooien kan dat behoorlijk oplopen. C: Call: Het verhogen van je inzet t/m de inzet van de andere spelers. Cap: Het maximaal verhogen van de inzet in een limiet spel. Check: Niet inzetten als het je beurt is. Dit kan alleen als er geen andere spelers hebben ingezet. Check-Raise: Dit betekent dat je eerst een check doet. Als je tegenstander een bet dan rais je deze bet. Vaak is het zo dat je tegenstander je met deze bet weg wilt jagen. Als je dan raised kun je zo zijn bet afpakken. Dit kan een belangrijke tacktiek zijn om chips te stelen. Community cards: Gemeenschappelijke kaarten die open op de tafel liggen en door alle spelers worden gebruikt . Deze kaarten komen zowel bij Omaha en Hold'em voor. Deze term wordt ook wel eens als '' the board'' gebruikt. Connector: Als bij Hold'em de eerste 2 kaarten opeenvolgend zijn. Bijv: A-K of 9-8. D: Dealer: De dealer is de persoon waar de ronde start. De dealer schuift elke ronde een plaats naar rechts op en zo schuiven ook de small- en de big blinds elke ronde een plaats op. Vaak wordt een dealer aangegeven dmv een ''dealerbutton''. Deck: Een spel kaarten met 52 kaarten. Dog: Iemand die de minste kans heeft om een pot te winnen. Ze noemen het ook wel ''underdog'' Draw: Als je op de flop kaarten krijgt die nog niet veel voorstellen, maar als er op de Turn of de River een goede kaart valt je opeens wel een goede hand maakt. E: Early Position: De eerste 2 posities na de small- en de big blind. Equity: Het deel van de pot dat je kunt winnen als je kijkt naar je win kansen. Als je bijv voor 75% zeker de pot wint en er ligt $100 in de pot dan is je equity $75. Deze term wordt niet vaak gebruikt omdat poker natuurlijk alles of niets is. F: Favorite: De hand die de meeste kans heeft om te winnen. Flop: De eerste 3 kaarten open op tafel bij Hold'em en Omaha. Fold: Je kaarten weggooien. Foul: Als er om wat voor reden dan ook iets mis is met de kaarten is dat een Foul. De dealer deelt bijv. teveel kaarten uit. Folding station: Iemand die 9 van de 10 keer fold als er wordt geraised. Four of a kind: 4 dezelfde kaarten. Fourth Street: De 4e kaart op tafel, ook wel de Turn genoemd. Full House: Een combinatie van 3 dezelfde kaarten en een paartje. De 3 hoogste kaarten vertellen wie er wint. G: Gut shot: Als je op de turn een straat maakt. Dit noemt met een Gutshot straight. H: Hand: De 5 kaarten die de best mogelijke combinatie opleveren. Heads up: Een toernooi met nog maar 2 spelers over aan de finale tafel. Gewoon 2 spelers die tegen elkaar spelen. Hit: Je kan bijv hitten op de Flop, Turn of river. Als je bijv een K-Q hebt en de flop geeft 2-7-K dan hitte je de K op de flop. Hold'em: Een poker variant waarbij de speler 2 gesloten kaarten krijgt en er 5 gemeenschappelijke kaarten op tafel komen. Van deze kaarten wordt de sterkste hand gemaakt. Hole Cards: Dit zijn de kaarten die de speler gesloten krijgt. Bij Omaha zijn dit er 4 en bij Hold'em zijn het er 2. Inside Straight draw: Vaak wordt deze term gebruikt als iemand nog maar 1 kaart nodig heeft om een straat te maken. Jackpot: Vaak ook Bad Beat Jackpot genoemd. Vaak telt het pas als iemand verslagen wordt vanaf Fullhouse omhoog. Dus als je Fullhouse verslagen wordt door een Four of a Kind heb je kans op de Bad Beat Jackpot. Kicker: Als 2 handen exact helzelfde zijn wordt er naar de 6e kaart gekeken. De hoogste 6e kaart maakt uit wie de pot wint. Loose: Een speler die vaak speelt, ook met mindere handen. Loose game: Tafel met veel actie van alle spelers. Er worden veel handen gespeeld en de spelers gaan vaak mee of raisen. Muck: De kaarten die gefold zijn en de verbrandde kaarten van de dealer. Nuts: Als je de best mogelijke hand hebt die je kunt maken van de kaarten op de tafel. Offsuit: 2 beginhanden die verschillend zijn van kleur en soort. Omaha: Een poker variant waarbij een speler 4 gesloten handen krijgt en er 5 open op tafel komen. De beste hand wint. Opener: Een speler die tijdens een ronde de eerste inzet doet. Outs: Hoeveel mogelijkheden je nog hebt om een bepaalde hand te scoren. Overcard: Een kaart die hoger is dan enig andere kaart op het board. Overpair: Een Pair dat hoger is als 1 van de andere kaarten op de flop. Pay off: Het ''afbetalen van de bet''. Als de pot groot genoeg is en je denkt dat je tegenstander bluft en je hebt zelf een redelijke hand dan kan je de pot ''afbetalen''. Pocket Pair: Als je bij de starthand van Hold'em twee kaarten met dezelfde waarde hebt. Bijv A-A of 2-2. Pot Limit: Bij deze versie van bijv Hold'em of Omaha mag je max bieden wat er op dat moment in de pot zit. Pot Odds: De verhouding van je inzet in vergelijking met de grootte van de pot. Protect: Je kaarten beschermen dmv een voorwerp op de kaarten te leggen. Op deze manier worden de kaarten niet ongeldig verklaard. Quads: Ook wel Four of a Kind. Quit: Het stoppen met het spel. Raise: Het verhogen van de inzet. Rake: Het gedeelte van de pot dat naar het huis gaat. Re-raise: Nog een keer raisen als er al ge-raised is. River: De laatste kaart die wordt gedeeld bij Hold'em, Omaha en stud poker. Rush: Veel handen achter elkaar winnen. Short Stack: Een speler die weinig chips heeft in verhouding tot andere spelers aan tafel. Showdown: Dat is op het laatst van de ronde wanneer alle overgebleven spelers hun handen open leggen. Side Pot: Als een speler niet meer genoeg chips heeft om helemaal mee te gaan in de Pot wordt er een Side Pot gecreëerd. Als deze speler wint krijgt hij alleen de main pot maar niet de Side Pot. Slow Play: Iemand langzaam de dood inspelen met poker zonder dat deze persoon het in de gaten heeft. Small Blind: De kleinere blind van de 2 blinds die er zijn in Hold'em poker. Zie ook ''Big Blind''. Split pot: Als spelers precies dezelfde kaarten hebben zal de pot gedeeld worden. Suited: Als je 2 kaarten hebt die dezelfde suit hebben. Bijv 2 ruiten of 2 schoppen. T: Tell: Een Tell is als een speler onbewust signalen afgeeft waardoor jij hem kan ''lezen''.Je wilt altijd graag spelers aan je tafel hebben die Tells geven. Spelers kunnen ook Tells geven die helemaal niet waar zijn dus pas op met het inschatten van Tells. Three of a Kind: 3 kaarten met dezelfde waarde. Bijv 3 boeren. Tight Game: Als er weinig actie aan tafel is wordt dit vaak een tight game genoemd. Spelers spelen weinig handen en raisen minimaal. Tilt: Eigenlijk is dit een speler die op Tilt is geslagen. Hij denkt niet meer na, raised op slechte handen, bluffed teveel en let niet op. Trips: Zie:Three of a Kind. Turn: De 4e open kaart op tafel bij Hold'em. Two Pair: Een hand die is samengesteld uit 2 pairs. U: Under the Gun: Dit is de positie links naast de big blind. Up card: Dit is een kaart die open op tafel wordt gelegd zodat iedereen hem kan zien. Underdog: Dit is de speler die de minste kans heeft om een pot te winnen. Zie 'dog'. V: Variance: Dit geeft de bewegingen aan van je Bankroll. Hele grote of hele kleine Variance maakt niet zoveel uit als de trend maar omhoog is.


|